0
Elke opdrachtgever, bij wie we actief zijn, roept dat er wordt gestuurd op output. Wat bedoelen ze? In de kenniseconomie is output moeilijk definieerbaar. Neem een beleidsmedewerker bij een overheidsorganisatie. Wat is zijn output? Het aantal getypte woorden, geschreven notities, geaccepteerd beleid (en door wie dan wel geaccepteerd) of ingevoerd beleid (en wat mag dat dan wel zijn)?
In de industriële economie waar producten werden gemaakt, was sturen op output vrij gemakkelijk. Aan het eind van de werkdag kon letterlijk worden geteld hoeveel producten gereed waren. Het opvallende is dat in de meeste gevallen nooit de output van individuen werd geteld. Er werd meer gestuurd op het totaal resultaat: een x-aantal auto’s dat van de lopende band kwam, of zoveel huizen klaar op een bepaalde moment.
Het leuke is dat, nu we meer en meer een kenniseconomie zijn en de samenleving steeds individueler wordt, er steeds meer behoefte ontstaat om te sturen op individuele output. En dat is moeilijker dan ooit op individueel niveau.
Het is nog steeds mogelijk (en zelfs vrij gemakkelijk) het resultaat van het collectief vast te stellen. Bij een dienstverlenende organisatie kun je kijken naar de klanttevredenheid, de afname van het aantal diensten of het marktaandeel. Als de dienst echter het resultaat is van gezamenlijke inspanning van kenniswerkers is de individuele bijdrage vaak moeilijk vast te stellen. Bij de overheid is dat vaak nog veel moeilijker.
Hoe moet het dan wel?
- Wees helder over de doelen van de organisatie. Als je van mening bent dat de organisatie waar je werkt van betekenis is, van waarde, dan ben je bereid daaraan een bijdrage te leveren.
- Ken je eigen kwaliteiten, dan kun je ook bewust bijdragen aan dat organisatiedoel. En met collega’s afspreken wie wat bijdraagt.
- Als je het eens bent over het te realiseren doel, teamleden kennen elkaars kwaliteiten en bijdragen, dan kun je er op vertrouwen dat het resultaat wordt gerealiseerd.
In een kennisorganisatie is een resultaat vrijwel altijd een gezamenlijk resultaat. Samenwerken is tegenwoordig de norm. Het is dan eigenlijk toch raar dat veel organisaties allerlei pogingen doen om de output van individuele medewerkers vast te stellen.





